Mijn kennismaking met "Elektronica"

'Radio' heeft in mijn leven altijd een belangrijke rol gespeeld. In mijn jeugd was 'televisie' een fenomeen dat beperkt bleef tot een paar avonden per week, een paar uur per avond. Radio was er echter (vrijwel) doorlopend. Tijdens hoorspelen als "Monus, de man van de maan" en "Paul Vlaanderen" zat ik aan de radio gekluisterd. Het was een medium dat intrigeerde. Ik wilde dus ook een eigen radiootje, mede beinvloed door advertenties van bijv. het Radio instituut 'Maxwell' dat adverteerde met een betrekkelijk goedkoop zelfbouwtoestelletje, de 'Pupil'.

De gratis bouwhandleiding van het toestelletje kon je aanvragen door insturen van een bon. Dat deed ik uiteraard. Daarna zat ik eindeloos over die bouwhandleiding gebogen, me voorstellend hoe het zou zijn om het toestelletje te bouwen, om het te hebben, ermee op mijn kamertje naar al die radiozenders te luisteren, enz. Ik heb het nu over de jaren 1956 - 1957, toen ik een jaar of
13 - 14 was, en ik in de 2e klas van de middelbare school zat.

Mijn vader was Philips-man in hart en nieren, die destijds in de televisieontwikkeling werkte. Niet zozeer wat betreft de elektronica daarvan, maar meer gericht op het toegankelijk maken van de techniek voor de gebruiker, dus het 'inpakken' van de techniek in
een kast, de bediening van het toestel, kanalenkiezers enz. Maar, werkend bij Philips op een afdeling die met radio- en tv-techniek te maken had, had hij binnen Philips natuurlijk wel allerlei collega's en kennissen die behoorljk thuis waren op dat gebied. Dus toen
ik op de proppen kwam met mijn wens om een Maxwell 'Pupil' bouwdoos als gecombineerd Sinterklaas- en verjaardagscadeau te
krijgen (voor f 18,50 - zonder koptelefoon), kwam mijn vader terug met wat hij van collega's had gehoord: "Kijk uit met Maxwell". Moet wel een vooroordeel zijn geweest, want die kennis had óók gezegd: "Philips heeft zojuist een veel beter radiobouwdoosje op
de markt gebracht, de Pionier Junior". Die Pionier was best een vernuftig opgezet bouwdoosje dat gebruik maakte van een germaniumdiode (OA79) voor detectie en twee vroege transistoren (OC13) als versterking. Het vereiste geen soldeervaardigheid: met een tangetje en een schroevendraaiertje kon je het toestelletje in elkaar zetten. Bovendien werkte het op een enkel batte-
rijtje van
1,5V.

Overigens, die Pionier Junior was de voorloper van de latere serie van drie Pionier Junior bouwdoosjes, de Junior I, een diode-ontvanger, de Junior II, dit was een Junior I uitgebreid met een 2-transistorversterkertje (de Junior II was in feite de oorspronkelijke Junior), en de Junior III, een verdere uitbreiding met een extra transistor als eindversterker en een luidsprekertje.

Hoe dan ook, geen Pupil dus; ik kreeg een Pionier Junior bouwdoosje. Na wat uurtjes werk kon ik daarmee inderdaad 's avonds Radio Luxemburg beluisteren, weliswaar temidden van een hoop gefluit en geruis, maar dat hinderde allemaal niet.

Er was niets mis met het toestelletje: leuk, overzichtelijk opgebouwd, en een prima, laagdrempelige introductie in de elektronica omdat je niets hoefde te solderen en omdat de handleiding toch nog heel wat uitleg gaf over radio-ontvangtechniek.

Alleen het kartonnen doosje waarin het gemonteerde toestelletje werd
opgeborgen, 'oogde' toch een heel stuk minder 'echt' dan mijn herinne-
ring aan de Maxwell Pupil, met z'n houten kastje, de mooie, bedrukte
aluminium frontplaat, een echte elektronenbuis en een koptelefoon.
Het beeld van die Pupil nestelde zich dan ook ergens in mijn hoofd om er
nooit meer uit te raken. Het kwam er vele, vele jaren later weer uit met
zoeken naar 'Maxwell Pupil' op internet, het vinden van de website van
Jan Poortman, en vervolgens het besluit om óók een replica van de Pupil
te gaan bouwen. En daar staat 'ie dan. Beter laat dan nooit...


Maxwell Pupil replica (2004)

Hoe verging het intussen met mijn Pioniertje? Met mijn eerste zelfgemaakte radiootje, kwam ik in contact met een paar klasgenoten die al eens waren blijven zitten, al wat ouder waren, en die buiten school al hun tijd besteedden aan elektronica, versterkers, enz.
Ik was enorm geimponeerd door hun onderlinge gesprekken over wat zij allemaal in elkaar soldeerden, blauw opgloeiende eindbuizen wanneer er iets fout ging enz. Dus toen een van die jongens mijn Pioniertje eens wilde bekijken, vond ik dat prima. Het gaf mij gelegenheid om ook eens op z'n kamer te komen, met een echte werktafel, overal rondslingerende elektronica-onderdelen, en een soldeerbout die permanent stond te roken. Hij wilde het toestelletje wat zorgvuldiger bestuderen. Kon hij het een paar dagen lenen? Had ik maar "nee" gezegd...

Een paar dagen later kreeg ik mijn toestelletje terug. Het 'bekijken' was echter niet tot bekijken beperkt gebleven. De ferrietstaaf met zelfgewikkelde afstemspoel  was verdwenen. Ervoor in de plaats was een sloopspoeltje geplaatst "dat het veel beter deed".
En, trouwens, "met solderen waren veel kortere verbindingen mogelijk, en dat was veel beter". Dus alle onderdelen zaten aan elkaar vastgesoldeerd, min of meer in een kluit nabij de afstemcondensator. De oorspronkelijke, overzichtelijke opbouw van het toestelletje
met schroefbusjes, redelijk lange aansluitdraden enz., was volledig verdwenen. Als compensatie kreeg ik een oude uitgangstrafo
waarmee ik een luidspreker die ik had (aangesloten op het radiotoestel in de huiskamer, zodat ik mee kon luisteren wanneer die
radio aanstond) op het toestelletje kon aansluiten. Maar ik luisterde veel liever met m'n kristaltelefoontje...

Het onheil was echter al geschied, en bovendien, wat moest ik zeggen tegen die oudere jongen die zoveel meer wist van elektronica dan ik? Het moest dus vast wel beter zijn. Of was ik realist genoeg om te zien dat het tòch allemaal niet meer in de oorspronkelijke staat kon worden teruggebracht? M'n tweede elektronicafrustratie was een feit (nadat eerst de Maxwell Pupil niet was doorgegaan).
Wanneer de volgende stap plaatsvond, het overbrengen van de Pionier-elektronica naar een blikken sigarendoosje, en vervolgens
het afscheid nemen van het mooie Pionier chassietje, kan ik me niet meer herinneren, evenmin als wat er met dat chassietje is
gebeurd. Feit is, dat er vrij snel weinig meer over was van m'n Pioniertje... Toen ik daarom - ook weer vele jaren later - een soort
replica van de Pionier wilde maken, kwam ik dan ook niet verder dan een elektronisch equivalent. Veel Pioniertjes zijn na verloop van tijd gekannibaliseerd', d.w.z. de onderdelen zijn gebruikt voor andere hobbyprojecten. Ze zijn daarom behoorlijk zeldzaam geworden...

Mijn replica is dus slechts een elektronisch equivalent, maar het
is wel gebouwd in een houten kastje met een bedrukt aluminium
frontplaatje. Hé, lijkt dit toestelletje op de "Pupil" van Maxwell?
Wat toevallig nou toch...

Philips Pionier III (elektronisch equivalent)

Later (juni 2009) ben ik toch nog weer in het bezit gekomen van
een mooie, originele
Pionier Junior. Maar ja, ik ben niet zo'n ver-
zamelaar. Dus na een paar jaar kon ik wel weer afscheid nemen
van het toestelletje. Ik heb die echte Pionier najaar 2011 dus
maar weer verkocht...

Met mijn vroegere, verminkte Pionier viel ook weinig meer te 'experimenteren'. Ik had ook het idee dat er met 'buizen' toch meer mogelijk was. Ik besloot daarom enige tijd later om toch echt te leren solderen en om een tweekringer te bouwen. Je had in die tijd
kleine, goedkope boekjes (30 cent) met schema's die je na kon bouwen.


Mijn oog viel op een tweekringer, een tweelamps toestelletje (de gelijkrichtbuis niet meegerekend) met een ECC81 en een ECL80.


(schema aanklikken voor beter leesbaar formaat)

Een kaal chassis werd gekocht, alle vereiste gaten en gaatjes werden er bloedig met een figuurzaag uitgezaagd. Daarna was het een kwestie van de lange adem: elke keer wanneer ik geld genoeg had gespaard voor een onderdeel, toog ik naar de elektronicawinkel om het te kopen en vervolgens op het chassis te plaatsen. Zo kreeg het toestel heel geleidelijk gestalte; er ging ook zeker wel een jaar overheen. Uiteindelijk waren alle onderdelen in mijn bezit en kon de montage afgerond worden. En toen het spannende moment van de eerste keer aanzetten (nadat ik in de loop van het voorgaande jaar natuurlijk alles talloze keren had nagelopen). Antenne en aardleiding aangesloten en toestel aangeschakeld. De buizen gloeiden op, maar - na opwarmen van de buizen - slechts een hikkend geluid! Gelukkig wees een van de Philips kennissen van mijn vader op een foutje in het schema: een getekende kruising moest een ontactmakende verbinding zijn (zie rode cirkeltje). Tja, zover ging mijn kennis van zaken indertijd: ik bouwde na wat ik zag... Maar goed, na correctie van deze fout werkte het toestel. Niet geweldig, maar dat vormde dan weer aanleiding om het toestel later uit te breiden met een derde buis zodat het meer volume kon leveren. Weer later volgden een stuk of wat versterkers. Het begin van een hobby die soms actief, soms minder actief werd beoefend, maar die me nooit meer heeft losgelaten.
  

Met dank aan
Jan Poortman, voor informatie over de Maxwell Pupil,
Hans Otten, voor informatie over de Philips Pionier,
Karel de Reus (in memoriam) voor de scan van het boekje "Tweebuisontvanger".

  

www.000webhost.com